Vertrek

Net heb ik mijn vluchtgegevens nog gecontroleerd. Ik was helaas te laat voor een electronische checkin, dus zal wel wat tijd nodig hebben op het vliegveld. Vreemd overigens dat de electr. checkin niet meer kon. Ik hoop dat alles goed is maar dat merk ik wel het vliegveld.

Mijn vlucht vertrekt 17:35 vanaf Tel-Aviv, via El-Al, vluchtnummer LY339. In Amsterdam kom ik 21:35 lokale tijd aan.

Gisteren naar de film geweest op het strand met een meisje en daarna gaan stappen met nog een gast van de kibbutz die ik toevallig tegen kwam (de wereld lijkt zowel kleiner als groter). Ze lag nu nog in bed (in de dormitory overigens), ik heb het voornemen zo nog even naar het strand te gaan.

Tel-Aviv, laatste dagen

Vandaag is alweer mijn ena-laatste dag in Israel. Morgen vertrekt mijn vliegtuig.
Ik had besloten de afgelopen dagen in Tel-Aviv door te brengen. Het leek me toch wat krap om nu nog te reizen naar bestemmingen die ik nog wil zien. Bovendien is Tel-Aviv een erg mooie vakantieplaats, wat zon&zee&bier&vrouwen betreft de beste plek van waar ik ooit vakantie heb doorgebracht (maar zoveel van dat soort vakanties heb ik nu ook weer niet gedaan).
Eergisteren ben ik naar het Tel-Aviv Museum of Modern Art gegaan, met nog iemand van het hostel. Interessant om de kunst te zien, voor even althans, herinnerde mij om toch wat vaker naar een museum in Nederland te gaan.
Verder heb ik zo’n beetje iedere avond gaan stappen. Het is niet zo cultureel op eerste gezicht, stappen & slapen & op strand liggen maar je proeft toch zo wat van de lokale cultuur – en om oude ruines en gebouwen geef ik nu ook weer niet zoveel.

Strand Tel-Aviv

Eilat alweer, duiken, terug

Afgelopen donderdagavond kwam ik in Eila aan zoals in mijn vorige bericht stond. Ik was eerst van plan een dag te blijven. Veel reizen achter maakt dat je je vakantie ook minder kan waarderen. Uiteindelijk ben ik toch tot maandagochtend gebleven.
Op mijn kamer zat een Boaz, een Israeli een vrachtwagenchauffeur, hoewel hij ook ooit een informatica-opleiding had gedaan. Hij deed een duikcursus in Eilat.
Volgende dag nam hij ook nog een meisje mee van de duikschool, Taly, met wie we ’s avonds uit zijn gegaan.
Zaterdag ben ik gaan duiken bij de ‘Dolphin’s reef’. Op die plek kun je m in met semi-wilde dolfijnen duiken. Na een korte introductie ging ik samen met een begeleider/instructeur duiken.
De dolfijnen zitten in een afgesloten gebied van de rode zee, via netten is het gebied afgesloten. Hoewel ze schijnbaar wel weg kunnen zwemmen, is er voor de dolfijnen weinig te vinden buiten. Ze worden dagelijks gevoerd, de dieren hebben weinig reden om weg te zwemmen.
Duiken tussen de zeezoogdieren was een aardige ervaring. De dolfijnen kwamen me ook een stuk intelligenter over dan mijn goudvissen. Sommige stukken zwommen de dolfijnen naast me. Enkele hadden baby’s (kalfjes (?) ), samen met de geluiden die ze ondermaken een mooie ervaring om te zien.
Volgende dag ben ik weer gaan duiken, op de “Coral reef”, waar de Boaz en Taly ook les hadden. Na een korte overweging heb ik besloten daar weer te duiken. Zo vreselijk duur is het niet, en coraal schijnt erg mooi te zijn. Het duiken was een goede besteding
achteraf.
In plaats van met een groep toeristen dook ik nu alleen met een duikinstructeur/begeleider. Via een oud legerjeepje reden we naar de plek waar je kon duiken toe.
Het onderwater leven ziet erg erg mooi uit. De koraal is erg mooi te zien als je in het water bent. Onder de koraal zitten vele kleurige tropische vissen. De vissen zijn vrij tam, en zwemmen vaak om je heen als je duikt.
De ‘finding-nemo’ visjes, clownvissen (of een soort die er op lijkt) ontwaarde ik ook toevallig, hoewel dat zeker niet de enige mooie vissen waren.
Vooral mooi is de grotten. Onder de grot, tussen de planten kun je een compleet ecosysteem vinden van vele vissen.
Foto’s heb ik helaas niet. Er werden wel foto’s gemaakt, maar van wat ik later hoorde had iemand per ongeluk alles gewist van de computer, voordat ze opgestuurd konden worden. Erg vind ik dat ook weer niet, het gaat vooral om de ervaring. Voor mooie beelden kan ik natuurdocumentaires kijken.
Vrijdag-, zaterdag- en zondagavond ben ik uitgegaan in Eilat. Er zijn vooral veel jongeren daar rond de 17/18, gekleed volgens de allerlaatste mode. Ook opmerkelijk is dat itt. Turkije, Alanya, waar ik vorig jaar was, de verhouding van geslachten gelijk is, macho’s hebben niet de overhand.
Mooi om te zien, al die mensen, maar erg verbonden voelde ik me met de strakke kapsels en designer kleding ook weer niet. In Eilat zijn ook enkele kroegen, waar we ’s avonds naar toe gingen.
Maandagochtend ben ik naar Be’er Sheva gegaan. Ik had een buskaartje gekocht in het busstation. Het duurde nog even voordat de bus vertrok, zodat ik nog even naar het winkelcentrum kon gaan (voor postzegels). Toen ik terugkwam sprak iemand me van een service-taxi (gedeelde taxi) aan of ik mee gaan. Ik zei dat ik al een kaartje had, maar dat was geen probleem zei hij.
Nadat hij bezweerde dat ik geen extra geld hoefde te betalen stapte ik in. Enigzins nerveus was ik wel, of ik nu wel op de plek van bestemming aankwam en niet toch opeens extra moest betalen. Wat ik hoorde werd het wel vaker gedaan. Mijn kaartje kon omgeruild worden voor geld, zodat de chauffeur zijn geld kreeg.
Het taxibusje was een comfortabeler dan lijnbus en een stuk sneller.
In de bus zat ik nog te twijfelen of ik nog niet langer had moeten blijven, maar besloot voor mezelf dat ik wel lang genoeg in Eilat was geweest. Ik zat naast iemand die uit het noorden naar Eilat was gevlucht. Ze ging nu naar Tel-Aviv, het uitgaansleven in Eilat viel haar tegen. Hoewel ik mijn eigen keuze maak, vind ik het wel fijn om de mening van andere te horen.
Om iets van 5 uur kwam ik weer in Revivim, de kibbutz waar ik was aan. Er liggen hier nog spullen van mij. Bovendien wilde ik de plek nog wel zien voordat ik weer terug ging.
Er waren inmiddels nieuwe vrijwilligers, en veel eerdere vrijwilligers waren al vertrokken.

Ik wil nog naar de universiteit Be’er Sheva gaan. Iemand van de kibbutz was een gevorderde cursus hebreeuws begonnen. Ik wilde haar nog zien voordat ik terugga naar Nederland.

Mijn terugkomst is al snel. Maandag 21 augustus, om 17:35, vertrekt mijn vliegtuig van El-Al van Tel-Aviv! Het zal jammer zijn het land weer te verlaten en weer aan het normale leven te beginnen.

Terug in Israel

Gisteren ben ik met de bus vanuit Amman terug naar Israel gegaan.
Ik zit dit bericht nu te typen in het hostel waar ik een week geleden ook was. Nieuwe foto’s staan nu ook online. Via de sd-kaartlezer die ik in Amman heb gekocht, kon ik ze eindelijk weer uploaden.

Ik ben via Eilat weer terug gegaan. Via de Westbank en vervolgens Jeruzalem zou wel iets sneller gaan maar via Eilat is de grensovergang schijnbaar wat makkelijker. Bovendien leek me de Westbank niet zo veilig om te reizen.
Onveiligheid Palestijnse gebieden schijnt ook wel mee te vallen, hoorde ik gisteravond in Eilat van iemand die van Syrie naar Egypte aan het fietsen (!) was.

Ik ben blij ook naar Amman geweest te zijn, hoewel ik voorlopig niet naar Jordanie of een Arabisch land toe hoef.
De stad is erg druk en overweldigend. Het verkeer is erg chaotisch. Verkeersregels lijken nauwelijks te gelden. Er zijn enkele verkeerslichten. Auto’s stoppen voor een rood licht meestal wel, maar bij oversteken steek je meestal op goed geluk over.
Auto’s, bussen, vrachtwagens rijden chaotisch door elkaar heen. Afgelopen twee dagen heb ik twee verkeersongelukken gezien. Hoewel niet ernstig, leek me dit wel overtuigend dat georganiseerder verkeer veiliger is.

In het internetcafe waar ik een vorig bericht mee plaatste had ik enkele hostels/hotels opgezocht die me wel goed overkwamen. Toen ik een eetcafe de weg vroeg naar een van de hostels, wilde iemand die daar hing me wel naar toe rijden. Hij wist de weg niet, en ging eerst druk rondvragen hoe er te komen.
Uiteindelijk dacht hij het te weten en kon ik in zijn pickup-truck starten. Hij hoefde geen geld. Mijn eerdere ervaring met zomaar in stappen in een taxi was namelijk niet zo goed, maar dit geval leek het me wel goed over te komen.
De man was een voormalig vn-soldaat en hij was in Joegaslavie namens Jordanie gestationeerd. Nu had had hij geen werk zover ik begreep (zijn Engels was niet zo goed, als VN-soldaat moest hij Italiaans spreken).
Ik kwam uiteindelijk bij mijn plaats van bestemming aan, nadat hij ook nog even het palais van koning Hussein en Amfitheater liet zien. Hoewel hij geen geld wilde, heb ik toch 2 dinar gegeven.
Ik kreeg zijn telefoonnummer ook nog, hij kon ook wel ritten aanbieden naar lokale bezienswaardigheden. Die waren vast niet gratis, maar toch kwam de man wel sympathiek en gastvrij over.
Van zijn aanbod heb ik overigens geen gebruik gemaakt. Via gedeelde taxi’s (kleine busjes voor iets van 12 mensen) kun je voor heel weinig geld overal komen. Bovendien is reizen met zo’n gedeelde taxi-bus op zich al een ervaring.

Na mijn spullen gisteren in achtergelaten te hebben in het hotel heb ik wat rondgeslenterd. Mijn sandalen moesten gerepareerd worden. Vlak in de buurt van het het hotel, zag ik een schoenmaker. Bij de schoenmaker zaten nog, zoals overal wel een groep van oudere mannen te zitten. Terwijl mijn sandalen gerepareerd (dat trouwens erg goed voor weinig geld gebeurde) raakte ik met ze in gesprek.
Ik kreeg ook thee aangeboden, en deze keer (imho) niet om me nog meer te verkopen.
Ze waren alle vier Palestijnse vluchtelingen die in de jaren ’40 en ’60 naar Jordanie waren gevlucht. Nu hadden ze het wel behoorlijk goed naar ik begreep. Het geen eigen land hebben drukte desondanks wel zwaar. Liefst wilden ze een palestijnse staat naast Israel. Onderdeel van Jordanie uitmaken leek geen goede oplossing. De (oorspronkelijke) Jordaniers hebben het ook niet zo op de Palestijnen. Alle Jordaanse-jordaniers adoreren hun koning, maar de Palestijnen waren er niet zo eenduidig over.

Dinsdag kwam ik een groep van drie spanjaarden tegen. Toevallig bleken ze in hetzelfde hostel te zitten als waar ik zit. Ze reisden door het midden-oosten. Ze zaten eerst in Syrie en waren nu naar Jordanie gereisd.
Dinsdag- en woensdagavond heb ik met ze uit eten geweest en wat door de stad geslenterd. Ze waren resp. webdesigner, journalist en juffrouw op een basisschool. Ze kenden elkaar sinds hun jeugd en reisden vaak de wereld rond.
Spaanse gasten, ook in hostel Sydney, Amman
Verder zaten in het hostel nog twee Amerikanen, die ook aan het reizen waren door Jordanie.

Eergisteren ben ik naar Jerash gegaan. Daar zijn na Rome in Italie de meeste en best bewaarde Romeinse ruines. De ruines zien er ook erg mooi uit.
In het Amfitheater worden voorstellingen gegeven met een exercitie van een Romeins legioen, gladiatoren en paardenraces. Bedrijf en concept daarachter komt overigens weer uit Zweden, maar voorstelling voor door de lokale bevolking gedaan.
De voorstelling was erg fraai. Het was natuurlijk geen hollywood, maar de aankleding was erg fraai gedaan. De spelers zijn voormalige soldaten van Jordaanse leger. Ze kwamen me erg enthousiast over, ondanks dat de voorstelling iedere dag twee keer wordt opgevoerd.
Romeinse soldaten Jerash

Gisterochtend heb ik afscheid genomen van de Spanjaarden, zij vertrokken naar Petra.
Ik had wel genoeg ruines gezien. Arabieren die je voortdurend geld afhandig willen maken is behoorlijk vermoeiend, ik besloot ook weg te gaan.
In de bus bedacht ik me alleen dat het toch beter is een dag een time-out te nemen, de dag ervoor zat ik nl. ook al in een bus naar jerash. Maar goed, dat is voor latere overweging. Ik blijf nu in Eilat voor twee dagen en vertrek zondag weer, naar de kibbutz Revivim weer.

Eilat

Eergisteren ben ik van hostel verhuist, van Walter’s place naar Arava hostel. Walter’s place was een ervaring om te slapen voor twee nachten. Het hostel leek op een bedoeientent. Walter had zijn (vermoedelijk) eigenhuis via tentdoeken uitgebouwd tot een hostel. Legaal was het vermoedelijk niet, ik hoefde elk geval nergens mijn naam of paspoort af te geven.
Nu zit ik in een ander hostel dus. Ik kwam drie dagen terug toevallig twee mensen van de Kibboets tegen, Maurice en Eli. Ik zou met hen samen naar Eilat gaan, maar miste de bus op de Kibboets Revivim. Ze zaten toevallig in een hostel een straat verder op.
We hebben wat rondgelopen door de binnenstad van Eilat. Iets van half 11 hebben we nog in een Italiaans restaurant eten. De hitte en het erg laat eten zijn wel slopend. Iets van half 1 konden geen van ons allen onze ogen open houden, dus zijn we naar het hostel terug gegaan. Ik heb ze nog wel even mijn hostel laten zien “What a shit-hole”.
’s Ochtends vertrok Ely naar Tel Aviv en ben ikzelf naar een wat luxere omgeving (dak boven je hoofd e.d.) verhuisd.
Eergisteren ben ik gaan stappen met Maurice. In de hostel hebben we een fles wodka opgedronken, maar veel merkte ik er niet van.
Daarna gingen eerst naar ‘Gaby’s place’, een Ierse pub. De naam Gaby komt van Gabriel, een Ierse naam. Enige jaren terug kwamen er in die pub elke avond drie Ierse VN-soldaten. Een van de soldaten kwam om bij een aanslag. Na vraag van de nabestaanden is de pub toen hernoemt naar ‘Gaby’s place’.
Verder is er niet veel interessants over de pub te vertellen, erg druk was het er niet.
Enkele biertjes later zijn we naar een andere kroeg gegaan. Ik kwam daar nog een meisje tegen die in het hostel werkte en ik eerder nog sprak. De alcohol begon zijn schadelijke invloed al uit te oefenen. I herkende haar ondanks haar uiterlijk niet meteen (“Hello I’m from holland”), een goede indruk maakte ik hier ook niet mee.
De barvrouw, zoals bijna iedereen in Eilat ook oogverblindend, schonk ons bepaald shots in van een alcoholische destilaat, iets wat leek op Ouzo. Ze dronk met ons mee, maar ik vermoed dat ze zichzelf water inschonk.
Daarna deden we een poging in een club binnen te komen, maar de bewaking wilde ons niet binnen laten. Ik droeg sandalen en Maurice een shirt zonder mouwen.
In de pub die daar vlak in de buurt was heb ik nog een onbekend aantal glazen bier op. Vervolgens kon ik me nog vaag herinneren dat ik de weg terug naar het hostel maakte, onderweg mijn maaginhoud ergens achter latend.
Toen we terug waren stond de zon al aan de hemel. Volgende dag heb ik buitengewoon weinig uitgevoerd, gelukkig hoef je hier ook niet veel te doen.
Afgelopen avond heb ik minimaal gedronken. Enige nadeel was dat ik hierdoor ook het gesnurk hoorde van een man die ook in onze ‘dorm’ sliep.
De snurkende man sliep ’s ochtends, en kwam omstreeks 5 uur ’s ochtends telkens aan. Hij bleek taxi-chauffeur te zijn uit het noorden. Toen de rakketen begonnen in te vallen, is hij met zijn taxi naar Eilat gegaan. Zijn familie verbleef in Be’er Sheva. Hij had nog een viertal taxi’s in Haifa en wilde nog een woning voor zijn chauffeurs en vergunningen regelen, zodat zre ook in Eilat konden rijjen.
Ach, als je de achterrond weet is het gesnurk wellicht wat dragelijker.
Vandaag ben ik naar het strand geweest. Een eindje verderop, in de buurt van de Jordaanse grens vonden we een stuk wat nog enigzins rustig was.
Er stonden onder andere enkele koepeltentjes, mogelijk van mensen die in de hitte daar overnachten.
Vanavond zijn we van plan weer te stappen. Morgen vertrekken we weer. Maurice gaat naar Jeruzalem. Hij gaat voor twee maanden als vrijwilliger in een ambulanc werken.
Je kunt vanuit Eilat Jordania, Egypte en Soudi Arabie zien. Genoeg reisdoeleinden om verder te reizen.
Ik ga morgen denk ik naar Petra, een historische stad in Jordanie. Vanaf hier is die plaats makkelijk bereikbaar.

Water, Eilat

Op dit moment zit ik in Eilat, in een internetcafe dit bericht te typen. Internet op de Kibbutz was uitgevallen, waardoor ik ook even niet bij mijn mail kon of weblog (op zich ook wel eens goed).
Ik ben gisteravond aangekomen. Als ik een tijdje er ben en alles bezonken is, schrijf ik er wel meer over. Zoals te verwachten, zijn hier veel disco’s en clubs met voornamelijk Israelische tieners.
Zelf zit ik in behoorlijk vaag hostel, opgebouwd uit wat golfplaten en tentdoeken. Enkele hostels waar ik langsging waren al vol, maar eigenlijk is zo’n plek ook wel een stuk interessanter. Er is onder een Israeli uit het noorden, die daar een hostel had. Vanwege de oorlog zat hij nu hier in Eilat. Verder kwam ik ook nog iemand tegen  die jaren in Nederlands gewoond had. Na gewerkt te hebben en een hoop trancefeesten bezocht te hebben, besloot ze naar Israel te trekken.
Verder weet ik nog niet zo heel goed wat ik hier zal doen. De hitte is in ieder geval niet om veel actief te doen.

Verder was er vorige week nog een klein conflict op de Kibbutz geweest. Na veel gedronken te hebben, ’s nachs kwamen we er toe emmers wat naar elkaar te gooien en elkaars kamers. Enkele besloot dat de groep van Australiers die in een apart huis zitten ook wel betrokken konden worden.
Het bleek alleen dat het grootste deel van de groep weg was. Er waren enkele achterblijvers die ziek waren of gewoon geen zin in een excursie. Met emmers water aankomen is dan ook weinig aan, maar een iemand gooide toch nog emmer water over de vloer.
Elk geval was dat de druppel voor een een Amerikaan. Hij moest weg van de Kibboets (en is gisteren ook tegelijk met mij vertrokken, naar Tel Aviv).
Hoewel ik zelf niet met water heb gegooid, heb ik toch ook bepaald niet ontmoedigd. Samen met enkele andere (helaas zonder degene van de emmers water, die waren al weg) zijn we nog gisteren naar het huis van de Austaliers gegaan om excuses aan te bieden. Ik geloof dat nu alles wel weer goed was.

Tot slot doe ik nu ander werk op de Kibbutz. Ik werk nu in de lokale kruidenier. Mijn werk bestaat uit versjouwen en klaarmaken van groenten en fruit. Weinig enerverend, maar wel een mooie ervaring, aangezien ik eerder ook nooit in een supermarkt gewerkt hebt.

Masada, Dode Zee

Het vervolg op het vorige bericht (welke ik overigens ook net heb bijgewerkt).
Vanaf Jeruzalem zijn we naar de Masada vertrokken. Masada is een archeologische bezienswaardigheid. Het is een oud paleis van koning Herodes, rond het jaar 0 gebouwd. Enige tijd later werd het basis van zeloten, Joden die tegen de Romeinse overheersing vochten. De basis waren rond 60 naar Christus belegerd door Romeinen. Toen de situatie hopeloos werd, hadden de zeloten besloten massaal zelfmoord te plegen.
De plek bestaat uit gebouwen, gedeeltelijk opgegraven en gedeeltelijk gerenoveerd. Mooi is dat je een erg mooi uitzicht hebt op de de Dode Zee en de woenstijn. De gebouwen zijn ook wel fraai om te zien, hoewel je dat ook wel na een uur gezien hebt. Meer dan een uur hadden we ook niet, want toen ging de laatste bus weg (die helaas alsnog drie kwartier te laat kwam).
Het is dicht bij de Dode Zee niet alleen enorm warm maar ook erg benauwd. Niet een plek om lang buiten te zijn, zeker niet zonder water.
Vanaf Masada zijn we naar Ein Gedi gegaan, plaatsje aan de Dode Zee.
Zwemmen in de Dode Zee is wel een aparte ervaring. Je blijft drijven en water is enorm zout. Vanwege de hitte, en omdat er weinig goed is het alleen niet enorm lang uit te houden in het water.
Verder is de streek ook beroemd om de mineraal houdende modder. Ik heb me nog ingesmeerd met zwarte modder.
In de bus naar de Ein Gedi kwamen we een echtpaar tegen uit Duitsland. Ze nodigde ons uit voor een picknik op het strand. Niet alleen gezellig, maar kwam ook goed uit aangezien we bijna geen contact geld hadden en er op Ein Gedi geen pin-automaat was.
Het waren gezellige mensen. Ze waren op huwelijksreis door Israel. Na eten heb ik nog even een kaartspelletje met ze gespeeld, daarna gingen we naar ons hostel toe.
We zijn blijven overnachten in het Youth Hostel vlak bij het strand. Volgende dag zijn ik en Francois gaan wandelen in het natuurpark Ein Gedi. Je hebt daar erg mooie natuur, beesten, planten, en zwemmen in de koele beekjes is wel verfrissend.

’s Avonds moesten we liften, omdat er geen bussen reden. Gelukkig kwamen we toevallig een echtpaar tegen die ook naar Be’er Sheva gingen. Dat scheelde wel enorm, dat we zo makkelijk terug konden. ’s Avonds 10 uur was ik weer terug op de Kibboets.